|
1 mei 2005 |
Wanneer je gaat landen doe je op het downwind-been een aantal checks en
handelingen die ervoor zorgen dat het vliegtuig als het ware voorbereid
wordt voor de landing. Hiervoor bestaan twee checklists, één die je
ervan moet verzekeren dat je op een correcte manier vliegt op downwind,
en één waarmee je een aantal dingen van het vliegtuig zelf
controleert/verandert.
Voor de orientatie ten opzichte van de landingsbaan:
HARS
- Hoogte: controleer of je op de juiste hoogte bevindt (voor
het circuit van ieder vliegveld bestaat een voorgeschreven hoogte waar
je je verplicht aan moet houden; voor Hoogeveen is dit 700 voet boven
de grond (AGL = Above Ground Level)
- Afstand: zorg ervoor dat de afstand tot de baan correct
is; in feite zorg je ervoor dat de lengte van base-leg niet te lang
maar ook niet te kort is - dit is een puur visuele inschatting van de
piloot.
- Richting: zorg ervoor dat je netjes parallel aan de
landingsbaan vliegt (het normale circuit is een rechthoekig patroon, je
dient deze dan ook zo zuiver mogelijk als een rechthoek te vliegen).
- Snelheid:
de vliegsnelheid moet dusdanig zijn teruggebracht dat deze op of
beneden de snelheid komt te liggen dat de flaps neergelaten mogen
worden. Voor elk vliegtuig bestaat er een maximum snelheid waarbij de
flaps gebruikt mogen worden, gebruik je boven deze snelheid de flaps
dan bestaat er kans op structurele schade. Het snelheidsbereik waarin
de flaps gebruiks mogen worden is op de snelheidsmeter aangegeven met
een witte boog (de zg. 'white arc').
Wanneer deze checks gedaan zijn, controleer je voordat je begint met de volgende checks op inkomend verkeer:
normaal gesproken voegt het vliegend verkeer halverwege downwind in in
het circuit, en je kunt hier dus ander vliegverkeer verwachten. Dus: controleren of er niets aankomt!
BMCFF
- Brakes: trap de remmen in om te controleren of er
voldoende remdruk aanwezig is (bij een Cessna zijn de remmen verwerkt
in het voetenstuur - deze gebruik je door de bovenkant van het
voetenstuur in te trappen)
- Mixture: zet het benzinemengsel op rijk: reden
hiervoor is dat mocht het nodig blijken dat de landing om wat voor
reden dan ook afgebroken moet worden, bijv. omdat de landingsbaan
versperd is, dat je dan meteen vol vermogen nodig hebt, hetgeen
je o.a. bereikt door het mengsel op rijk te zetten. Door het nu alvast
op rijk te zetten, voorkom je dat je op een mogeljik 'kritiek' moment
dit alsnog moet doen, waardoor je in zo'n situatie minder handelingen
hoeft te verrichten.
- Carburettor Heat: op warm. Omdat je in de
landingsfase met veel minder motorvermogen vliegt, is de kans op
ijsvorming in de carborateur veel groter. Door deze al op downwind op
warm te zetten weet je zeker dat je geen ijs in de carborateur hebt in
de laatste fase van de landing - ook hier geldt weer dat je vol
vermogen nodig hebt als je een landing af moet breken, dit bereik je
alleen maar als er helemaal geen ijs in de carborateur zit.
- Fuel: controleer of de tank-inhoud voldoende is om na een eventuele afgebroken start nog een volledig nieuwe nadering te doen.
- Flaps: selecteer het eerste standje flaps (nadat je nogmaals gecontroleerd hebt of de snelheid in de 'white arc' zit). Met het eerste
standje flaps heb je meer draagvermogen van de vleugels, waardoor je
alvast wel langzamer kunt gaan vliegen zonder hierbij hoogte te verliezen.
|