|
30 april 2005 |
Net als bij een auto kun je mogelijk ook bij vliegtuigen problemen
krijgen met de motor waardoor die ermee stopt. Als dit bij een auto gebeurt tijdens het rijden
is het gewoon een kwestie van laten uitrollen en aan de kant van de weg
zetten. Wanneer dit tijdens het vliegen gebeurt, komt er veel meer bij
kijken om uiteindelijk gezond en wel uit het vliegtuig te kunnen
stappen!
Voor ieder type vliegtuig is een checklist gemaakt welke er
met behulp van gesimuleerde noodlandingen ingestampt wordt. Je kunt je voorstellen dat een
piloot behoorlijk onder druk kan komen te staan wanneer de motor er mee stopt, nog een
extra reden om er door middel van uitgebreide training voor te zorgen
dat er een basis is waarop hij/zij kan terugvallen!
Ter illustratie zie je hieronder de noodlanding-checklist zoals wij die gebruiken in de opleiding. (Belangrijk: lees éérst de waarschuwing onderaan deze pagina!):
Je zult zien dat er in deze checklist geen sprake is van een poging om
de motor te
herstarten. Doordat je met een snelheid van 65 knopen vliegt zal de
'vliegwind' er namelijk voor zorgen dat de propellor blijft draaien
('wind-millen'). Wanneer nu tijdens de storingscontroles de oorzaak van
het probleem verdwijnt dan zal de motor weer aangeslingerd
worden door deze draaiende propellor.
NOODLANDING
- Snelheid 65 knopen, met de wind meevliegen: zo snel
mogelijk nadat de motor het begeeft trek je het hoogteroer aan (indien
mogelijk pak je zo nog een beetje extra hoogte, hetgeen jouw kansen op
het vinden van een veld voor een succesvolle noodlanding vergroot) en
draai je tegelijkertijd een bocht om met de
wind mee te vliegen. Door met de wind mee te vliegen krijg je een
hogere grondsnelheid, en kun je dus een grotere afstand afleggen,
hetgeen wederom de kans op het vinden van een geschikt veld vergroot.
- Korte storings-controle:
- Carburettor Heat op warm (in deze situatie wil je zeker géén ijsvorming in de carborateur!)
- Gas helemaal dicht (je wilt niet dat de motor verzuipt!)
- Mixture op rich (mengselregeling voor de benzine op rijk)
- Fuelselector
op both (indien van toepassing beide tanks selecteren - deze stap wordt
door ons overgeslagen aangezien een Cessna slechts 1 benzinekraan heeft)
- Zoek een veld in de directe omgeving, en bepaal het 1000-voet punt
- Plan de glijvlucht:
probeer een vliegbaan te volgen die je precies op 1000 voet boven het
onder punt 3 bepaalde 1000-voet punt brengt. Indien voldoende tijd
beschikbaar is, dan doe je tijdens deze glijvlucht de
- Uitgebreide storingscontrole: (in volgorde van de plek in de cockpit waar de bijbehorende knoppen/meters zitten, van rechts naar links)
- Fuel Selector - open (benzinekraan open?)
- Mixture op rich
- Carburettor Heat op warm
- Oliedruk en olietemperatuur OK?
- Fuel Quantity - check (tankinhoud OK?)
- Magneten - controleer links en rechts
- Primer locked (spuitpomp borgen - zie beschrijving run-up checks)
- May Day oproep via de radio, en meteen de radio uitschakelen (niet op antwoord wachten)
- Transponder code op 7700
- Crashdrill:
(crashdrill kan eventueel ook na het passeren van het 1000-voet punt
gedaan worden, bij voorkeur doe je deze al tijdens de glijvlucht om
zodoende al jouw aandacht aan het landen te kunnen besteden na het
passeren van het 1000-voet punt)
- Riemen - vast
- Brillen - afzetten
- Mengsel - idle cutt-off (mengselknop helemaal uittrekken zodat de motor geen benzine meer toegevoerd krijgt)
- Fuel Selector - off (benzinekraan sluiten)
- Magneten - off (beide magneten uitschakelen)
- Deuren - los (om een snelle evacuatie van het vliegtuig mogelijk te maken)
- Na geven van full flaps: Masterswitch - off (het totale
boord-electrisch systeem uitschakelen met behulp van de beide
hoofdschakelaars)
- Bij passeren 1000-voet punt indraaien
- Mik op 1/3e van veld: als 1/3e van het veld gehaald wordt,
met flaps plannen naar het begin van het veld (indien nodig/mogelijk
telkens 1 standje extra flaps erbij zetten)
- Landing uitvoeren
- Vliegtuig evacueren
|