|
27 januari 2005 |
De run-up checks zijn de laatste checks die je doet voordat je de
startbaan oprijd om in take-off te gaan.
Deze checks bestaan in feite
uit twee delen: eerst doe je de laatste controles op de motor om te
zien of die geen kuren veroont. Daarna controleer je of alle
belangrijke knoppen/schakelaars juist gezet zijn plus (nogmaals) een
aantal zaken die erg belangrijk zijn voor de veiligheid.
Ik geef hieronder de runup-checks die wij uitvoeren op een Cessna 152. Deze weergave dient uitsluitend
als voorbeeld.
Gebruik altijd de checklist welke bij het
vliegtuig hoort waarmee je gaat vliegen, en maak géén gebruik van de hier getoonde checklists!
ENGINE CHECKS
- Parking brakes: activeer de parkeer-remmen
- Throttle 1700 rpm: selecteer een toerental van 1700 toeren per minuut
- Engine-instruments in green arc: controleer oliedruk en olietemperatuur, deze moeten in 'groene' bereik liggen
- Suction 4,6 - 5,4 inches: controleer of de onderdruk van
de vacuümpomp binnen de veilige grenzen van 4,6 en 5,4 inch kwikdruk
ligt (dit is erg belangrijk omdat alle gyroscopische instrumenten
aangedreven worden door deze vacuümpomp)
- Carburettor Heat:
controleer of er ijsvorming is opgetreden door de carburettor heat een
paar seconden op warm te zetten. Het toerental zal iets zakken wanneer
deze op warm staat, maar zodra je het weer op koud zet, moet het
toerental terugkomen naar precies 1700 toeren. Als er sprake was van
ijsvorming, dan zal (een beetje) ijs gesmolten zijn toen de carburettor
heat op warm stond, en zal het toerental toenemen
zijn nadat
die weer op koud wordt gezet. Wanneer dit gebeurt, dan stel je
toerental opnieuw in op 1700 rpm, en herhaal je deze stap net zolang
tot er geen
sprake meer is van een toename van toerental na het weer op koud zetten
van de carburettor heat.
- Magnetos: tijdens normaal gebruik staat de schakelaar op
'Both' (beide magneten zijn actief). Deze controle is er om te
controleren of beide magneten ook inderdaad goed werken. Dit doe je
door met de schakelaar eerst alleen de Linker magneet te selecteren.
Het toerental zal afnemen, maar deze afname mag niet meer dan 125
toeren bedragen. Daarna selecteer je beide magneten weer om de
rechter magneet weer te activeren. Vervolgens selecteer je alleen de
rechter magneet, en let weer op afname van het toerental. Deze mag net
als bij de linker magneet niet meer dan 125 toeren zakken, plus het verschil in afname van toerental bij deze twee testen mag niet meer zijn dan 50 toeren.
- Idle less than 1000 rpm:
je haalt het 'gas' er helemaal van af om te controleren of de motor
blijft lopen wanneer die de minimale hoeveelheid brandstof krijgt.
BEFORE TAKE-OFF CHECKS
- Safety belts: controleer of de veiligheidsriemen goed vast zitten
- Seats: controleer of de stoelen 'gelocked' zijn (het is
met name tijdens de take-off extreem gevaarlijk als jouw stoel
los schiet!)
- Controls: controleer of het voetenstuur en het stuurwiel
vrij beweegbaar is (een passagier op de voorste stoel zou ze onbedoeld
kunnen blokkeren)
- Trim: zet de trim in de positie voor take-off
- Flaps:
zet de flaps in de gewenste positie voor take-off (op een
grasbaan zoals in Hoogeveen wordt deze altijd op 10 graden gezet,
andere banen en/of omstandigheden kunnen een andere positie vereisen)
- Mixture: controleer of de mengsel-regeling op rijk staat (je wilt immers vol vermogen hebben tijdens take-off)
- Friction Nut: controleer of de gashandle ingesteld is op
de juiste weerstand (om te voorkomen dat de handle door het trillen van
het vliegtuig verschuift)
- Carburettor Heat: controleer of deze op koud staat (je wilt immers vol vermogen hebben tijdens take-off)
- Fuel Quantity: controleer nogmaals de tank-inhoud
- Fuel Selector: dit is de brandstofkraan; verzeker jezelf ervan dat deze niet ongemerkt gesloten is
- Primer: de primer wordt bij koud weer gebruikt om
voor het starten van de motor handmatig extra brandstof in te spuiten.
Wanneer de motor eenmaal loopt mag onder geen beding de primer nog
gebruikt worden, vandaar dat deze voorzien is van een bajonet-sluiting.
Hier controleer je of deze daadwerkelijk goed gelocked is in die
sluiting.
- All instruments: een laatste controle van de primaire vlieginstrumenten; deze moeten allemaal normale standen aangeven.
- Navigation equipment: controleer of alle navigatie-instrumenten aan staan, en activeer de transponder.
- Pitot Heat: bij koud en vochtig weer is er een verhoogde kans op ijsvorming in de pitot-buis: via deze buis wordt
één van de belangrijkste vlieginstrumenten 'aangestuurd': de
snelheidsmeter.Daarom
heeft de pitot buis een soort
verwarmingselement, welke in zulke gevallen aangezet wordt om
ijsvorming tegen te gaan. De pitot heat is dus een extra
veiligheidsvoorziening.
- Strobe Lights: zet het bekende knipperlicht aan - deze verhoogt jouw zichtbaarheid, en dient dus ook de veiligheid.
|